De Narwal is een marathonzwemmer

Onderzoekers analyseerden de spieren van de narwal en ontdekten dat ze een extreem hoog percentage, tot 87%, trage spiervezels hebben, bij dolfijnen ligt dit bijvoorbeeld maar op 40-50%. Trage spiervezels reageren langzaam maar zorgen wel voor meer uithoudingsvermogen, de narwal is dus een echte marathonzwemmer, maar echt snel zwemt hij niet.

De narwal is dus een echte marathonzwemmer, maar echt snel zwemt hij niet

Daarnaast is de narwal in staat om hoge concentraties myoglobine aan te maken, meer dan alle andere zeezoogdieren. Daardoor kunnen narwallen veel zuurstof opslaan wat hen helpt bij lange duiken. Narwallen duiken regelmatige tot honderden meters diep om prooien te zoeken.

Narwallen helpen met verzamelen data zee-ijs

Warmere omgevingstemperaturen zorgen ervoor dat het ijs op Groenland begint te smelten, wat uiteindelijk leidt tot een stijgende zeespiegel. Voorspeld wordt dat de zeespiegel wel 7 meter zal stijgen als al het ijs op de polen smelt. Het is voor wetenschappers heel moeilijk om te onderzoeken hoe snel het ijs precies verdwijnt, een deel van het ijs bevindt zich namelijk onderwater.

Door narwallen een temperatuur sensor te laten dragen kunnen wetenschappers een beter beeld te krijgen van het smelten van het zee-ijs onderwater

Narwallen in Groenland zwemmen graag rond het smeltende zee-ijs en blijven er steeds in de buurt. Door narwallen een temperatuur sensor te laten dragen hopen wetenschappers een beter beeld te krijgen van het smelten van het zee-ijs onderwater, de narwallen verzamelen dus de data. Het is niet de eerste keer dan zeezoogdieren worden ingezet voor de wetenschap, eerder werden ook zeeleeuwen gebruikt om data te verzamelen.

Klimaatverandering vormt een grote bedreiging voor de narwal

Door de opwarming van de aarde vinden er steeds meer verschuivingen en verplaatsingen van het zee-ijs plaats. De narwallen zijn aangepast om onder het ijs door te duiken, maar ze moeten wel steeds gaten vinden om adem te kunnen halen.

De narwallen zijn aangepast om onder het ijs door te duiken, maar ze moeten wel steeds gaten vinden om adem te kunnen halen.

Omdat narwallen zo langzaam zwemmen leggen ze geen grote afstanden af, elke 1400 meter komen ze in ademnood. En doordat het ijs steeds verplaatst en grote ijsbergen bevat, wordt het moeilijker voor de narwal om deze gaten te vinden. Het komt daardoor regelmatig voor dat grote groepen narwallen vast komen te zitten onder het ijs, klimaatverandering vormt daarom een grote bedreiging voor de naar schatting 75.000 overgebleven narwallen.