Vissersboten op Marettimo in de Middelandse Zee
©Rosa van der Ven

Wij vissen al eeuwen op zee en we hadden lange tijd het idee dat de zeeën onuitputtelijk waren. Maar door steeds verdere modernisering van visserijtechnieken kunnen we steeds efficiënter vissen, zo efficiënt zelfs dat veel zeeën ter wereld ernstig overbevist zijn.

We vissen de zeeën leeg

Supertrawlers vissen met netten waar 13 jumbojets in passen en gebruiken hightech sonar om scholen vis op te sporen. En longline vissers zetten kilometers lange lijnen met duizenden haken met aas overboord en komen later kijken wat ze gevangen hebben. Dit leidt tot veel bijvangst van vissen, haaien, schildpadden en zeevogels die op het aas afkomen. Vissen op deze schaal heeft zware gevolgen gehad voor het leven in zee en veel van de grotere vissoorten zoals haaien, blauwvintonijn , en zwaardvis zijn meer dan 90% van hun populatie kwijtgeraakt door de commerciële visserij. Om deze soorten te redden is het essentieel dat wij de visserij terugbrengen tot een minimaal duurzaam niveau waarbij bijvangst verhinderd wordt.

haaien, blauwvintonijn, en zwaardvis zijn meer dan 90% van hun populatie kwijtgeraakt door de commerciële visserij

Naast deze open water visserij is er ook bodemvisserij voor vissen zoals tong en schol, of garnalen. Deze vissers slepen een net achter het schip met vooraan een ketting of een set rollers over de bodem die de volledige bodem omwoelen en gevoelige ecosystemen, zoals riffen, kapot maken. Naast het vangen van de gewenste vis tasten deze netten dus al het leven op de bodem aan.

© Rosa van der Ven

Met subsidie de diepte in

Door de overbevissing is er in veel gebieden steeds minder vis te vangen. Om deze vissers toch aan het werk te houden geeft hun overheid subsidies om dieper te gaan vissen. Diepzee vissen zijn echter nog veel gevoeliger voor visserijdruk dan vissen die dichter bij het oppervlakte leven, omdat diepzeevissen leven in een voedselarme omgeving. Diepzeedieren zijn daarom ingesteld op een traag voedselarm leven, leven vaak erg lang en beginnen zich pas laat voort te planten. Dat maakt deze dieren gevoelig voor overbevissing omdat de populatie zich maar langzaam kan herstellen.

honderden jaren oude diepzee-koraalriffen worden door de visserij onherstelbaar beschadigd.

Een beroemd voorbeeld is de keizersbaars in Nieuw Zeeland. De Keizersbaars is een vis uit de familie van de Slijmkoppen, maar omdat die naam niet goed zou verkopen, werd de vis de Keizersbaars genoemd. Deze diepzeevis kan meer dan honderd jaar oud worden, en plant zich pas na dertig jaar voort. De Keizersbaars werd snel populair in begin jaren tachtig en  en tussen 1980 en 1990 werden de populaties zó systematisch overbevist dat er geen vis meer was om te vangen, de populatie van vis stortte in, en zo ook de visserij. Na tientallen jaren herstelt de vispopulatie zich langzaamaan en de  Nieuw Zeelandse overheid staat visserij weer toe. Een groot punt van kritiek hierbij, is dat de vissen op de zeebergen tussen honderden jaren oude diepzee-koraalriffen leven, die door de visserij onherstelbaar beschadigd worden.

Viskweek – Wikimedia commons

Viskweek van roofvissen zoals zalm is geen oplossing

Viskweek wordt vaak aangeprezen als mogelijke oplossing voor de overbevissing, maar dit houdt geen rekening met welke vissen wij graag eten. Aangezien het merendeel van de vissen die wij eten roofvissen zijn, moeten wij ze voeren met vis. Daarvoor moet daarom wilde vis uit zee gevangen worden om aan de roofvissen te voeren. Wat dit nog erger maakt is dat een kweekvis veel meer vis moet eten dan de vis uiteindelijk zelf opbrengt. Dit komt omdat een gedeelte van hun voedsel opgaat aan het dagelijkse energieverbruik van de kweekvis, en niet alleen gebruikt wordt om te groeien.

Als wij na 2050 nog vis willen hebben om te eten dan moet er opgetreden worden tegen de meest schadelijke vispraktijken

De visserij zoals die nu plaats vindt over de hele wereld is hard op weg om de ecosystemen waar onze vis door kan bestaan kapot te maken. Als wij na 2050 nog vis willen eten, dan moet er opgetreden worden tegen de meest schadelijke vispraktijken zoals bodemtrawlen én moeten wij de visserijdruk terugschroeven tot een niveau dat vispopulaties zich werkelijk kunnen herstellen.

Visserijbiologen bepalen hoeveel vis er maximaal gevangen mag worden

Visserijbiologen gebruiken wiskundige modellen en doen onderzoek op zee om te berekenen hoeveel vis er maximaal gevangen mag worden zonder dat de visstand daardoor beschadigd wordt ( de maximale duurzame vangst of ”maximal sustainable yield”). Voor België en Nederland worden deze adviezen respectievelijk door het ILVO – Visserij en IMARES opgesteld. Deze adviezen worden vervolgens gebruikt door de Europese Commissie om de visserijquota op te stellen, de maximale hoeveelheid van elke vissoort die door Europese landen gevangen mogen worden. Bij het opstellen van deze visquota spelen vaak tegenstrijdige belangen, zo willen vissers graag méér gaan vissen, en daardoor wordt het advies van biologen niet altijd opgevolgd waardoor er alsnog teveel gevist wordt.