Vervuiling is het door mensen introduceren van een stof in een ecosysteem die daar van nature niet voorkomt. We gebruiken deze nogal omslachtige definitie omdat vervuiling ook kan gebeuren door middel van natuurlijke stoffen zoals voedingsstoffen die met een rivier mee de zee instromen en daarmee een ecosysteem overbemesten. In dit stuk richten we ons op de vervuilers plastic, chemicaliën en eutrofiëring.

Plastic

Veel plastics zijn ontdekt in de eerste helft van de twintigste eeuw, maar de massaproductie van plastic kwam pas goed op gang sinds de jaren 50. Van 15 miljoen ton plastic in 1964 is de wereldwijde productie gestegen naar 311 miljoen ton in 2014. Op dit moment is plastic overal om ons heen en onderdeel van bijna alles wat we gebruiken. Alleen al de digitale evolutie richting de smartphones, tablets, en laptops die we nu de hele dag gebruiken was een stuk moeilijker geweest zonder plastics.

Plastic was door zijn lage productieprijs zeker onderdeel van de ontwikkeling van onze welvaartsstaat zoals we die nu kennen. Over de afgelopen decennia zijn we alleen onverantwoordelijk geweest met plastic dat we niet meer nodig hadden. Hierdoor is er wereldwijd 82 miljoen ton plastic in zee terechtgekomen en op dit moment komt daar acht miljoen ton bij per jaar, de mate van vervuiling is dus sterk toegenomen in de afgelopen jaren.

Er is wereldwijd 82 miljoen ton plastic in zee terechtgekomen en op dit moment komt daar acht miljoen ton bij per jaar.

Ruwe schattingen zeggen dat 80% van het plastic in zee niet van schepen of het strand komt, maar van ons in de steden in het binnenland. Wij gooien plastic afval niet goed weg en voor iemand het kan opruimen komt het in rivieren terecht, of de wind neemt het mee, en uiteindelijk beland alles in zee. In zee raken dieren in het plastic verstrikt wat ze kan schaden of doden, of ze eten het op of voeren het aan hun jongen. Dieren als zeevogels en walvissen verwarren plastic zakjes voor hun prooien en komen langzaam vol te zitten met plastic dat ze niet meer kwijt kunnen en sterven zo een hongerdood met een volle maag.

 

In zee valt het plastic door UV straling en golfbewegingen langzaam uiteen in steeds kleinere deeltjes. Daarbij breken de plastics echter niet volledig af, ze blijven dus altijd aanwezig als zogeheten microplastics (kleiner dan 5 millimeter), of zelfs nanoplastics (kleiner dan 1 micrometer). Naast deze uiteengevallen plastics komen er ook stromen van microplastics van land die al klein begonnen zijn zoals microbeads in onze cosmetica en schaafsel van onze autobanden.

De gemiddelde mosseleter krijgt tot 11.000 deeltjes plastic per jaar binnen.

Dit alles vormt een plastic soep aan microdeeltjes die door allerlei zeedieren voor voedsel aangezien worden en zo in het voedselweb terecht komen. Het voedselweb waar wij ook onderdeel van zijn. Een studie van de Universiteit van Gent schat in dat de gemiddelde Belgische mosseleter per jaar 11.000 microplastics binnenkrijgt. Op dit moment weten we niet wat die plastic deeltjes met ons lichaam doen. Het enige dat we weten is dat deze deeltjes als een soort spons werken voor gifstoffen zoals insecticiden en vlamvertragers die ook in zee zitten en op die manier deze gifstoffen meenemen ons lichaam in.

Chemicaliën

Naast de vaste plastics hebben we een veelvoud aan chemische stoffen in de natuur laten komen. Stoffen die in de landbouw gebruikt worden voor het bestrijden van insecten en onkruid spoelen met de regen van de akker en komen in rivieren en uiteindelijk de zee terecht. Daarnaast plassen we een groot deel van onze medicijnen weer uit en die spoelen zo ook richting zee. Ruwe olie en daarvan afgeleide stoffen komen in zee terecht door slecht onderhouden scheepsmotoren of olierampen. Het zware metaal kwik komt vrij in de rook van kolen energiecentrales en bereikt uiteindelijk ook de zee. Al deze stoffen kunnen het leven in zee vergiftigen, of bij medicijnen zoals de anticonceptiepil de hormoonhuishouding van dieren verstoren.

Er is geen plaats meer in de zeeën die vrij is van onze chemische vervuiling.

Voor zulke chemicaliën is de zee het eindpunt, ze kunnen niet meer verwijderd worden en hopen zich op in het water. Een studie van Oceanlab in Aberdeen, Schotland vond door mensen gemaakte chemische stoffen in kreeftjes op de diepste plaats op aarde in de Marianentrog (11.000 m diep). Er is geen plaats meer in de zeeën die vrij is van onze chemische vervuiling. Deze stoffen worden opgenomen door het leven aan de basis van het voedselweb zoals algjes en zoöplankton waarna er een proces optreed dat biomagnificatie heet. 100 zoöplankton worden gegeten door een visje, 100 van die visjes worden gegeten door een roofvis, en 100 van die roofvissen worden gegeten door een haai of orka. Op deze manier concentreren gifstoffen zich terwijl ze omhoog door het voedselweb bewegen.

Helaas zit veel van de vis die wij lekker vinden hoog in dat voedselweb. Het is door de kwikconcentraties waarschijnlijk niet echt gezond om nog tonijn of zwaardvis te eten en het vlees van dolfijnen en grienden dat door Japanners en mensen van de Faeröer eilanden gegeten wordt is te omschrijven als chemisch afval. Veel van deze chemische stoffen zijn erg moeilijk af te breken en zullen zich dus blijven ophopen in de oceanen als wij hun instroom niet stoppen.

Het vlees van dolfijnen en grienden is te omschrijven als chemisch afval.

Eutrofiëring

Het overbemesten van een ecosysteem met voedingsstoffen wordt eutrofiëring genoemd. Om onze landbouw zo efficiënt mogelijk te maken storten wij wereldwijd jaarlijks meer dan 180.000.000 ton kunstmest op onze akkers. Een gedeelte hiervan spoelt met de regen van de akker af en komt uiteindelijk in zee terecht.

De ecosystemen in zee zijn niet ingesteld op deze overvloed aan elementen als stikstof en fosfor en raken uit evenwicht. De Mississippi rivier in de Verenigde Staten neemt elk jaar de overvloed van meststoffen van 41% van het land mee en brengt die naar de Golf van Mexico. De overbemesting zorgt daar voor een explosie van algen waarvan de groei normaal beperkt wordt door het gebrek aan voedingsstoffen. Deze overmacht aan algen sterven af of worden opgegeten door dieren die afvalstoffen produceren en al het afval en dode materie wordt afgebroken door bacteriën. Bij deze afbraak gebruiken de bacteriën zoveel zuurstof dat dieren niet kunnen overleven als ze niet kunnen weg zwemmen. Wij noemen dit een “dead zone”, het volledige bodemleven is dood door overbemesting van het mariene ecosysteem van onze akkers en tuinen.

het volledige bodemleven is dood door overbemesting van het mariene ecosysteem van onze akkers en tuinen.

Zulke dead zones ontstaan op veel plekken in de oceanen, ook bijvoorbeeld in de Oostzee. Naast dit dramatische voorbeeld heeft eutrofiëring ook minder extreme effecten. Koraalriffen zijn ecosystemen die gespecialiseerd zijn voor hun schaarse omgeving. De koralen die de basis van het systeem vormen hebben een hoop technieken om de schaarse voedingsstoffen te verzamelen of te recyclen.

Door deze schaarste blijft de algengroei op het rif beperkt, maar als er nu mest van het land het koraalrif in spoelt, dan verschuift het systeem. De algen kunnen veel harder groeien en kunnen de koralen overwoekeren. Daarnaast laten de algen ook veel suikers los in het water die samen met de extra voedingsstoffen bacteriën hard laten groeien.

Er wordt nu gedacht dat deze bacterie-explosies ook weer kunnen leiden tot meer ziektes bij de koralen. Dit alles kan ervoor zorgen dat de koralen de competitie met de algen verliezen en het rif vol groeit met algen waardoor het ook nog eens moeilijk is voor nieuwe koralen om zich te vestigen. Op deze manier kan uitstroom van onze meststoffen een ecosysteem dus volledig veranderen wat weer grote gevolgen heeft voor de dieren die er leven.